Fase C: een contract voor onbepaalde tijd
Na het volledig doorlopen van fase B volgt fase C. De uitzendkracht heeft dan een uitzendovereenkomst voor onbepaalde tijd bij het uitzendbureau, zonder uitzendbeding.
Het einde van een opdracht betekent ook in deze fase niet automatisch het einde van de arbeidsovereenkomst. De uitzendkracht kan nog steeds bij verschillende opdrachtgevers worden ingezet, maar de arbeidsrechtelijke flexibiliteit is kleiner dan in fase A. Maak daarom duidelijke afspraken over de duur van de inzet en wat er gebeurt als een opdracht stopt.
Wat betekent fase C voor jou als opdrachtgever?
Een uitzendkracht in fase C kan nog steeds flexibel bij verschillende opdrachtgevers worden ingezet, maar de arbeidsrechtelijke flexibiliteit is kleiner dan in fase A. Maak daarom duidelijke afspraken met je uitzendpartner over de gewenste duur van de inzet, opzegtermijnen en de gevolgen wanneer een opdracht stopt.
Wat gebeurt er bij een onderbreking?
Een veelgemaakte denkfout is dat een uitzendkracht na een korte onderbreking automatisch weer vooraan in fase A begint. Dat is niet zo.
Tot 1 januari 2028 geldt in de cao in principe een onderbrekingstermijn van meer dan zes maanden. Komt een uitzendkracht binnen zes maanden terug bij hetzelfde uitzendbureau, dan wordt de eerder opgebouwde rechtspositie meegenomen. In fase A gaat de telling van de gewerkte weken verder waar deze gebleven was. In fase B telt een onderbreking van zes maanden of korter bovendien mee in de maximale duur van fase B.
Pas na een onderbreking van meer dan zes maanden begint de telling in beginsel opnieuw in fase A.
Let op bij een wisseling van uitzendbureau
Ook wanneer een uitzendkracht overstapt naar een ander uitzendbureau, staat de teller niet automatisch weer op nul. Er kan sprake zijn van opvolgend werkgeverschap. Dat speelt bijvoorbeeld wanneer een uitzendkracht via een ander uitzendbureau hetzelfde of nagenoeg hetzelfde werk bij dezelfde organisatie blijft doen.
In dat geval moet relevant arbeidsverleden worden meegenomen bij het bepalen van de fase. Gaat een uitzendkracht over naar een ander uitzendbureau om het werk bij dezelfde opdrachtgever voort te zetten, dan moet de rechtspositie onder de Cao voor Uitzendkrachten minimaal gelijk zijn aan de rechtspositie bij het vorige uitzendbureau.
Voor opdrachtgevers is dit vooral belangrijk bij een leverancierswissel of een nieuwe aanbesteding. Een nieuwe leverancier betekent dus niet dat alle uitzendkrachten opnieuw in fase A kunnen beginnen.
De fase bepaalt niet de arbeidsvoorwaarden
Minder contractuele zekerheid betekent niet dat een uitzendkracht in fase A vanwege die fase minder gunstige arbeidsvoorwaarden mag krijgen dan iemand in fase B of C.
Sinds 1 januari 2026 geldt onder de Cao voor Uitzendkrachten het uitgangspunt van gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden. Het totale arbeidsvoorwaardenpakket van de uitzendkracht moet minimaal gelijkwaardig zijn aan dat van een medewerker die bij de opdrachtgever in een gelijke of gelijkwaardige functie werkt. Dat betekent niet dat iedere afzonderlijke arbeidsvoorwaarde hetzelfde hoeft te zijn; het totale pakket moet minimaal gelijkwaardig zijn.
Als opdrachtgever heb je hierin een belangrijke verantwoordelijkheid. Je moet het uitzendbureau vooraf correct informeren over de arbeidsvoorwaarden die binnen jouw organisatie gelden. Denk niet alleen aan salaris, maar bijvoorbeeld ook aan toeslagen, vakantiedagen, vergoedingen en andere arbeidsvoorwaarden.
Veranderen deze arbeidsvoorwaarden? Zorg dan dat je uitzendpartner daar tijdig van op de hoogte is.
Het fasensysteem verandert vanaf 2028
De Wet meer zekerheid flexwerkers verandert vanaf 1 januari 2028 een aantal belangrijke onderdelen van het fasensysteem. De belangrijkste wijziging is dat fase B wordt verkort. De opbouw wordt dan:
- Fase A: maximaal 52 gewerkte weken.
- Fase B: maximaal 2 jaar en maximaal 6 tijdelijke uitzendovereenkomsten.
- Fase C: een uitzendovereenkomst voor onbepaalde tijd.
Een uitzendkracht bereikt daardoor eerder het moment waarop bij voortzetting een contract voor onbepaalde tijd aan de orde is.
Voor uitzendkrachten die op 1 januari 2028 al in fase B zitten, geldt overgangsrecht. Daardoor kan voor een lopende uitzendovereenkomst nog de huidige termijn van maximaal 3 jaar gelden.
Ook de regels rondom onderbrekingen veranderen. Vanaf 1 januari 2028 wordt de onderbrekingstermijn in beginsel verlengd van zes maanden naar drie jaar (36 maanden). Daardoor begint een uitzendkracht na een onderbreking veel minder snel opnieuw vooraan in het fasensysteem. Op deze hoofdregel bestaan uitzonderingen, onder andere voor bepaalde scholieren en studenten. Lees hier meer over de Wet meer zekerheid flexwerkers.
Wat moet je vooral onthouden?
Het fasensysteem regelt in de eerste plaats de rechtspositie tussen de uitzendkracht en het uitzendbureau. Toch heeft de fase waarin iemand zit ook gevolgen voor jou als opdrachtgever. Hoe verder een uitzendkracht in het fasensysteem komt, hoe meer zekerheid diegene heeft. Vooral het verschil tussen een overeenkomst mét en zonder uitzendbeding is belangrijk: het beëindigen van een opdracht betekent niet altijd dat ook de arbeidsovereenkomst van de uitzendkracht eindigt.
Zet je uitzendkrachten voor langere tijd in? Bespreek dan tijdig met je uitzendpartner welke fase van toepassing is en wat een volgende fase betekent voor de inzet. Zo voorkom je verrassingen wanneer een opdracht verandert, stopt of juist langer doorloopt.
Meer weten over flexibele inzet?
Wil je meer weten over flexibele inzet en wat dit voor jouw organisatie kan betekenen? Lees dan alles over uitzenden en detacheren. Wil je vrijblijvend sparren over jouw personeelsvraagstuk of advies over wat bij jouw organisatie past? Neem dan contact met ons op.