SER-akkoord over hervormingen op de arbeidsmarkt

Begin juni hebben sociale partners in de Sociaal-Economische Raad een belangrijk advies uitgebracht over de hervorming van de arbeidsmarkt. Om groeiende onzekerheid en kansenongelijkheid tegen te gaan stelt het advies centraal dat flexwerk (oproep, ZZP, uitzenden, tijdelijke contracten) beter wordt gereguleerd ten gunste van het vaste contract. Meer zekerheid dus. Wat betekent dit advies voor werkgevers en werkenden? In dit artikel vertellen we je hier meer over.

Meer zekerheid voor flexibele medewerkers

Volgens de SER zorgen de grote verschillen tussen contractvormen voor ongewenste concurrentie op arbeidsvoorwaarden. De oplossing is meer zekerheid bieden aan flexibele medewerkers. Voor structureel werk moet het contract voor onbepaalde tijd de norm zijn. Daar staat tegenover dat werkgevers ook bij vaste contracten wendbaar moeten kunnen zijn als dat nodig is.

Een nieuw kabinet aan zet

Het advies van de SER is het logische vervolg op het rapport van de commissie Borstlap uit 2020. Deze commissie gaf denkrichtingen om de tweedeling op de arbeidsmarkt tussen ‘vast’ en ‘flex’ tegen te gaan. Het advies kan inmiddels rekenen op brede steun bij de vakbonden en werkgevers- en brancheorganisaties. Zij doen een duidelijke oproep: deze hervormingen zijn spoedig nodig, niet in de minste plaats omdat het einde van de coronacrisis in zicht komt. Het komende kabinet zal uiteindelijk beslissen welke hervormingen uit het advies omgezet worden in nieuwe wetgeving.

De acht hoofdpunten uit het advies

  1. Door het wegvallen van de onderbrekingstermijn wordt het minder makkelijk om meerdere tijdelijke contracten elkaar te laten opvolgen.
  2. Oproepkrachten krijgen recht op een vaste minimale urenomvang per kwartaal.
  3. Uitzendkrachten krijgen recht op gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden ten opzichte van vast personeel en mogen nog maar maximaal drie jaar tijdelijk werkzaam zijn.
  4. Het wettelijk minimumloon moet verder verhoogd worden met behoud van de koppeling aan uitkeringen.
  5. In geval van zware economische omstandigheden mogen werkgevers de arbeidsomvang van werknemers deels verlagen (met behoud van salaris) tegen 75% vergoeding van de loonkosten.
  6. Rondom ziekte krijgen werkgevers minder re-integratieverplichtingen na één jaar ziekte en werknemers krijgen eerder recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering.
  7. Voor zzp’ers gaat een minimumtarief van minimaal €35 per uur gelden om schijnzelfstandigheid te voorkomen. Ook wordt een arbeidsongeschiktheidsverzekering verplicht en krijgen zzp’ers een beter sociaal vangnet. Daar staat tegenover dat de zelfstandigenaftrek wordt afgebouwd.
  8. Een leven lang ontwikkelen en van-werk-naar-werk krijgt meer prioriteit en er komen positieve prikkels om scholing en eigen regie van werknemers te stimuleren.

Wat betekent dit advies voor uitzendwerk en payrolling?

In de eerste plaats wordt uitzendwerk goed en duidelijk verankerd als één van de rijbanen van werk. Daarmee blijft de belangrijke opstapfunctie naar vast werk gehandhaafd en krijgen uitzendkrachten meer werk- en inkomenszekerheid. Voor payrollkrachten was dit met de invoering van de WAB al gerealiseerd waardoor dit ongemoeid blijft.

Daarnaast biedt het SER advies een stevige basis om de gesprekken over een nieuwe CAO voor Uitzendkrachten voort te zetten en te verkennen hoe de cao vernieuwd kan worden langs de lijnen van dit advies. De ABU is positief over het SER-advies om uitzendkrachten meer (werk)zekerheid te bieden en hoopt spoedig de onderhandelingen hierover met alle vakbonden te hervatten. De huidige cao loopt 1 oktober 2021 af.

Driessen omarmt SER advies

Driessen juicht het advies van de SER toe om werknemers en uitzendkrachten meer zekerheid te bieden en werkgevers van wendbaarheid te voorzien die nodig is in tijden van economische onzekerheid. Gelijktijdige invoering van maatregelen tegen schijnzelfstandigheid, met name invoering van een minimumtarief, voorkomt bovendien dat werkgevers hun toevlucht nemen tot minder gereguleerde en goedkopere vormen van werk.

Zo ontstaat een gelijker speelveld met minder concurrentie op arbeidsvoorwaarden. Uitzendwerk levert daar een belangrijke bijdrage aan door mensen aan (nieuw) werk te helpen, te investeren in hun ontwikkeling en opdrachtgevers te ontzorgen. Deze toegevoegde waarde van uitzendwerk sluit dan ook goed aan bij onze werkbeloften als uitzendbureau in de publieke sector en ons uitgangspunt dat ‘goed werkgeverschap’ leidend moet zijn.

Vragen?

Uiteraard blijft het wachten tot een nieuw kabinet gevormd is en welke plannen zij presenteren, maar onze verwachting is dat het advies grotendeels overgenomen zal worden in nieuwe wetgeving. Driessen houdt de ontwikkelingen uiteraard goed in de gaten.

Heb je een specifieke vraag over de nieuwe hervormingen op de arbeidsmarkt vanuit jouw organisatie? Onze specialisten adviseren graag. Stuur een e-mail of bel ons via 0492 – 50 66 66.