Kennis Artikelen Wetgeving
maandag 28 september 2020

Prinsjesdag 2020: dit verandert er voor HR en de publieke sector

De regering heeft in deze onzekere tijd gekozen om niet te bezuinigen, maar om juist te investeren. Investeren in baanbehoud, goede publieke voorzieningen, een sterke economische structuur en een schoner land. Op die pijlers rusten de plannen voor het komende jaar die door de regering bekend werden gemaakt tijdens Prinsjesdag 2020.

De coronacrisis heeft een grote impact op de economie. Het kabinet verwacht dat de pandemie en de maatregelen om het coronavirus onder controle te krijgen een grotere economische schade aanricht dan de economische crisis van een aantal jaren geleden. Naar verwachting krimpt de economie in 2020 met 5%. Dit heeft grote gevolgen voor de werkgelegenheid en de arbeidsmarkt. De werkloosheid kan volgens het Centraal Planbureau oplopen van 4,5% in 2020 naar 8,5% volgend jaar.

Werk en inkomen

Om de arbeidsmarkt zo goed mogelijk uit de coronacrisis te helpen heeft de overheid een steun- en herstelpakket in het leven geroepen, de NOW (Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid). De belangrijkste reden om deze subsidieregeling toe te kennen is het behoud van werkgelegenheid, door het vergoeden van een percentage van de loonkosten.

Door de crisis zijn veel mensen de afgelopen maanden hun baan verloren of zal dit de komende periode gaan gebeuren. Met een aanvullend sociaal pakket van € 1,4 miljard wil het kabinet de komende jaren mensen en bedrijven ondersteunen om zich aan te passen aan de nieuwe situatie, bijvoorbeeld door een goede begeleiding van werk(loosheid) naar werk, meer bij- en omscholingsmogelijkheden, intensieve begeleiding van kwetsbare scholieren naar werk of opleiding en een betere ondersteuning van mensen met problematische schulden.

Pensioen

De AOW-leeftijd blijft in 2022 66 jaar en 4 maanden. Daarna stijgt de AOW-leeftijd jaarlijks, tot aan 67 jaar in 2024. De wet over het pensioenstelsel wordt in 2021 aangepast, omdat de huidige wet niet past bij de veranderingen in de samenleving. Mensen veranderen bijvoorbeeld vaker van baan of gaan ondernemen.


Als de Eerste en Tweede Kamer instemmen met de nieuwe regels wordt het duidelijker wat mensen aan premie voor hun pensioen inleggen, wat ze aan vermogen opbouwen en hoeveel hun pensioen later wordt. Ook beweegt het pensioen sneller mee met de economie. Het gaat eerder omhoog als het economisch goed gaat en eerder omlaag als het economisch slechter gaat.

Zorg

Zorgpersoneel
Om werken in de zorg aantrekkelijker te maken, trekt het kabinet vanaf 2021 € 20 miljoen extra uit. Dit budget loopt de komende jaren op: in 2022 € 80 miljoen en vanaf 2023 jaarlijks € 130 miljoen. De focus ligt bij deze investeringen op: minder werkdruk voor zorgpersoneel, minder administratieve lasten, meer zelfstandigheid en een beter ontwikkel- en loopbaanperspectief. In het actieprogramma ‘Werken in de Zorg’ geeft het kabinet aan hoe het de personeelstekorten in de zorg gaat aanpakken.

Van zorgmedewerkers wordt ook het komende jaar waarschijnlijk opnieuw veel gevraagd. Het kabinet trekt daarom ook voor 2021 extra geld uit voor een bonus. Zorgmedewerkers krijgen, na de bonus van € 1000 netto in 2020, in 2021 een tweede bonus van € 500 netto.

Digitalisering zorg
Het kabinet stelt voor de digitalisering van de zorg in 2020 € 77 miljoen extra beschikbaar via de SET COVID-19 2.0-regeling. Hiermee kan ondersteuning en zorg op afstand gerealiseerd worden voor thuiswonende kwetsbare ouderen en mensen met een chronische ziekte, beperking of psychische aandoening.

Gemeenten

Er meer geld om mensen te begeleiden die hun baan verliezen. Dit extra geld voor gemeenten komt boven op de compensatie van ruim € 1,5 miljard voor 2020 die al eerder is afgesproken om de gevolgen van corona op te vangen. Over de financiële en sociaaleconomische gevolgen van de corona-aanpak voor gemeenten, provincies en waterschappen blijft het kabinet in gesprek met de medeoverheden.

Inburgeringsstelsel
Het nieuwe inburgeringsstelsel start op 1 juli 2021. Nieuwkomers gaan zo snel mogelijk de Nederlandse taal leren en meedraaien in de samenleving. Het liefst door betaald werk te doen. Zij krijgen tijdens de inburgering begeleiding van de gemeente. De overheid betaalt inburgering op maat voor asielzoekers. Voor het taalniveau geldt een hogere norm dan eerst; minimaal B1-niveau, in plaats van A2. Asielmigranten combineren taallessen met (vrijwilligers)werk of stage. Voor met name jonge nieuwkomers zijn er, naast taalonderwijs, vakken als rekenen, Engels, leervaardigheden en studieloopbaanbegeleiding.

Onderwijs

Het onderwijs heeft extra geld gekregen om in de grote steden volgende stappen te kunnen zetten in de aanpak van het lerarentekort. Daarnaast is er € 500 miljoen beschikbaar om onderwijsachterstanden weg te werken. Daarmee kunnen bijvoorbeeld extra bijlessen worden gegeven. Dit bedrag biedt de mogelijkheid om op een creatieve manier knelpunten binnen het onderwijs op te lossen.

Scholen en universiteiten krijgen vanaf 2021 meer geld, omdat er meer leerlingen en studenten zijn dan in de laatste referentieraming staat. Hiervoor maakt het kabinet in 2021 € 234 miljoen vrij. Na 2021 trekt het kabinet hier elk jaar een hoger bedrag voor uit, tot maximaal € 449 miljoen.

Bestrijden jeugdwerkloosheid
Voortijdig schoolverlaters hebben een bovengemiddelde kans om de komende tijd werkloos te worden. Het kabinet ondersteunt in 2021 de onderwijssector met € 195 miljoen. Dat bedrag wordt o.a. besteed aan:

  • Studenten in het mbo en hoger onderwijs die bijna afstuderen. Zij krijgen een bijdrage van de overheid ter hoogte van maximaal 3 maanden les-, cursus- of collegegeld.
  • Stages en leerwerkbanen voor praktijkonderwijs, voortgezet speciaal onderwijs, vmbo-leerwerktrajecten en mbo.
  • Ondersteuning van Regionale Meld- en Coördinatiepunten (RMV)-regio’s en mbo-instellingen met begeleiding van werkloze jongeren naar school of werk.
  • Scholen in het primair onderwijs. Zij krijgen langer een bijdrage van de overheid in de kosten voor nieuwe leerlingen.

Cultuur

Culturele instellingen hebben het moeilijk. Veel voorstellingen zijn afgelast en er mag nog niet veel publiek komen. Veel medewerkers zitten zonder werk, terwijl de kosten van veel bedrijven en zelfstandigen wel doorlopen. De steun van de afgelopen maanden loopt door in 2021. Het kabinet trekt € 482 miljoen extra uit voor de culturele sector. De culturele en creatieve sector kan een beroep doen op de algemene steunmaatregelen uit het noodfonds, zodat er naar verwachting in 2021 ruim € 700 miljoen beschikbaar is voor cultuur. Het kabinet steunt hiermee de werkgelegenheid in de culturele sector en biedt culturele instellingen mogelijkheid verder te investeren in creatieve en innovatieve ideeën.

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met HRM-consultant Miriam Teunissen.

Bron: Troonrede, Rijksoverheid, EBU